Cor Crok, Vogelwachter van De Reef

Martien Roos denkt nog vaak terug aan de gezellige uurtjes die hij beleefde met een bevlogen vogelaar.

Bladerend in mijn vogeldagboek, lees ik aan het eind van het jaar 1972: "Achteraf is het een bijzonder goed en rijk vogeljaar geweest. Wat 1973 ons zal brengen moeten we uiteraard maar weer afwachten. Maar eerst gaan we verhuizen naar Westzaan, naar het bolwerk van Zaanse vogelaars!!!"
Met drie uitroeptekens nog wel.

Misschien een beetje overdreven, die drie uitroeptekens, maar in mijn beleving was dat toen zo: het bolwerk van Zaanse vogelaars, met namen als Jan Albers, destijds onze voorzitter, Ab Smit, opvolger van Dirk Landsman in het prepareren van en het onderhouden van onze collectie van in het veld gevonden dode vogels en Cor Crok (1921-2012),vogelwachter van weidevogelreservaat De Reef, een Zaans weidevogelgebied met een rijke historie. Drie belangrijke namen "binnen handbereik".

Stem in het kapittel

Dat De Reef tot weidevogelreservaat werd bestempeld, hebben we grotendeels aan Jan Albers te danken, die indertijd daartoe het initiatief heeft genomen. "Willen we de Zaanse weidevogelgebieden voor de toekomst veiligstellen, dan moeten we ervoor zien te zorgen dat we grondeigenaar worden", zo bracht hij bij het hoofdbestuur van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels, waarvan hij bestuurslid was, ter tafel. Dat leek de enige manier te zijn om bij de toekomstige planologische ontwikkelingen van de Zaanstreek een stem in het kapittel te krijgen. "Te beginnen met het Reefgebied", stelde Jan voor. Niet alleen vond hij de Nederlandse Vereniging aan zijn zijde, maar ook een van de directeuren van de toen nog bestaande verzekeringsmaatschappij De OLVEH. Deze OLVEH, de Onderlinge Verzekeringsmaatschappij Eigen Hulp, zegde toe voor iedere gulden die voor het plan beschikbaar werd gesteld, één gulden bij te leggen.
Het resultaat is inmiddels alom bekend: in 1961 werd na drie avonden onderhandelen door Jan Albers namens de Nederlandse Vereniging het eerste stukje land in De Reef gekocht, een verwaarloosd perceeltje van nog geen hectare groot dat bekend stond onder de naam 'Kost Gewonnen'. Drie jaar later, in 1964, had de Nederlandse Vereniging in dit gebied reeds meer dan 60 hectare in haar bezit en uiteindelijk is dat uitgegroeid tot maar liefst 110 hectare grond, inclusief twee boerderijen, die van Cor Schot en Rutte. Tot ver in de jaren zeventig werd dat langs de Reef en het Nauernaschevaartdijkje aangegeven door middel van bordjes met de tekst "OLVEH weidevogelreservaat De Reef".

Politieagentje spelen

Ja, en dan Cor Crok. Cor werd geboren op 24 april 1921, in de inmiddels in verval geraakte en deels gesloopte boerderij op Vaartdijk nr. 24, de boerderij waar zijn ouders zich een jaar eerder hadden gevestigd. "Mijn wieg stond tussen de kieviten, zei mijn moeder altijd", is een mooie uitspraak van Cor. Zeven jaar na de geboorte van Cor, kwam Jaap ter wereld, zijn broer met wie hij gedurende hun verdere leven samen op de boerderij zou blijven wonen.
In 1948 werd Cor – op aanbeveling van Arie Schaap – door Jan Drijver, destijds secretaris van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels, tegen een geringe vergoeding aangesteld als vogelwachter voor het Westzijderveld, het Guisveld en het Reefgebied. Vanaf dat moment moest hij, zelf een fervent eierenzoeker, er op toezien dat er buiten de grenzen van de wet geen eieren werden gezocht of geraapt. Dit "politieagentje spelen", zoals hij het zelf noemde, werd hem uiteraard binnen de dorpsgemeenschap niet door iedereen in dank afgenomen. "Er vielen toen vrienden af, maar er kwamen ook vrienden bij", liet hij zich later eens ontvallen.

De mooiste schuilhut van Nederland

Door zijn ietwat norse gelaatsuitdrukking toonde Cor zich mogelijk moeilijk benaderbaar, maar dit was maar schijn. Zodra hij in de gaten kreeg dat het contact alleen maar om en over vogels ging, genoot je zijn volle vertrouwen en was een zakje met heerlijke zoete appeltjes uit de boomgaard van de Vogelbescherming of het proeven van een pas gerookt palinkje een teken van zijn vriendschap.
Menig keer heb ik hem thuis in zijn houten, los van de boerderij staande woning opgezocht. Even bijpraten, over van alles en nog wat, in de mooiste schuilhut van Nederland, met een prachtig uitzicht over het Reefgebied. Gezellige uurtjes waar ik nog vaak aan terugdenk: met Cor, genietend van een ongematteerd sigaartje, die met scherpe blik op iedere beweging buiten in het veld reageerde, met Cora, de hond, aan zijn voeten. Met zijn toenmalige vriendin Corrie, waarmee hij lange tijd heeft samengewoond – en zo gedrieën het trio Cor, Corrie & Cora vormde –, met luisterend oor in de andere hoek van de kamer. Ja, aandachtig volgenden Corrie en ik de verhalen van Cor.
Over één ding werd echter nooit gesproken: de jacht, een beladen onderwerp dat Cor van huis uit, als kind al, had meegekregen. Hoewel ik het idee had dat Cor een bescheiden jager was, iemand die zich hield aan de wettelijke regels, met slechts op gezette tijden een wilde eend, smient of haas in de pan.

Eenden bij het schijthuis

Dodaars

Dodaars; ©Kees de Jager

Wél ging het over de tijd dat alles binnen het boerenbedrijf nog grotendeels op zijn boerenfluitjes ging, zoals het met de hand schonen van sloten en greppels, het maaien met de zeis. De tijd van melkbussen en de tijd dat, als je in het schijthuisje op de kant van de sloot zat, de eenden onder je door zwommen. Over de tijd dat de sloten nog vol lagen met flap dat aan je riemen bleef hangen en het roeien bemoeilijkte. En ook de periode dat de dodaars als broedvogel nog veelvuldig in het Reefgebied voorkwam: "Als ik van hier naar de Reef roeide passeerde ik soms wel drie nesten", aldus Cor, die zijn verhaal vervolgde over zijn vondst van het eerste scholeksternest, begin jaren veertig, dat als aantoonbaar bewijs mocht dienen dat de scholekster als uitgesproken kustvogel steeds verder het binnenland opzocht om te broeden. En over zijn waarnemingen van de uiterst zeldzame lachstern, een piepend jong in het kielzog en zijn schroom om deze waarnemingen te melden, bevreesd om uitgelachen te worden door mensen die hem niet geloofden.

Natuurlijk kwam in deze gesprekken ook de combinatie van boer en vogelwachter aan de orde. Cor vertelde dan over het inventarisatiewerk en het plaatsen van stokken bij de nesten als bescherming tegen het uitmaaien. Met dat doel had hij speciaal op zijn erf vlierstruiken staan, de struiken waarvan hij de stokken sneed. Met als bijkomend voordeel dat deze stokken, mocht je vergeten zijn om ze op te halen, geen schade veroorzaakten aan de maaimachines. Dit onderwerp omlijstte Cor met het verhaal dat hij een keer voor ieder perceel alle gevonden nesten op de achterkant van een rol behang had ingetekend, inclusief alle molentjes, slootjes en damhekken. En met het hilarische verhaal dat een keertje tijdens het melken van de koeien zijn aantekeningenboekje – met alle broedgegevens – uit de zak van zijn jack was gerold en dat hij dit pas merkte… toen hij zag dat een koe er op stond te kauwen.

Veldmaarschalk in schuiltent

Gedurende zijn leven heeft Cor ongekend veel vogelaars, vogelfotografen en vogelcineasten (van verschillende nationaliteiten) in zijn jol door het gebied rondgeleid, om daarmee de vogelrijkdom van De Reef wereldwijd bekendheid te geven. In een bekend Zaans dagblad van die tijd viel met koeien van letters te lezen: "Buitenlandse vogelaars weten op de kaart de Reef eerder te vinden dan Amsterdam".

In onze gesprekken passeerden dan steevast de namen van (de ons bekende) Jan P. Strijbos, Jo van Dijk en niet vergeten de helaas te vroeg overleden Oene Moedt. En uiteraard viel dan óók de naam van Lord Alanbrooke, voormalig chef generale staf in het Britse leger. Alanbrooke was veldmaarschalk ten tijde van het Ardennenoffensief tegen het Duitse leger; in zijn burgerleven was hij bekend als ornitholoog, gespecialiseerd in vogelfotografie. Tevens fungeerde hij als vicevoorzitter van de Royal Society for Protection of Birds.

Kemphaan

Kemphaan; ©Kees de Jager

Kort na afloop van de oorlog kwam Alanbrooke bij Cor op bezoek om kemphaantjes te filmen. Over dit bezoek schreef Cor in 1965 in Het Vogeljaar: "Vele voorjaren achtereen heb ik het genoegen gehad veldmaarschalk Lord Alanbrooke te helpen bij het maken van zijn films over het vogelleven in de Zaanstreek. Vlak na de oorlog had ik hem wel eens op foto's in de kranten gezien, samen met Rooseveld, Stalin en Churchill. Ik zag er de eerste keer dan ook wel wat tegenop om de man te ontmoeten die de chef was geweest van Eisenhower en Montgomery. Maar toen hij eenmaal op de achterdoft van de jol zat, was het ijs gauw gebroken. Wat Engelse vogelnamen had ik in de loop der jaren wel geleerd en we begrepen elkaar heel goed. Hier, midden tussen de vogels, waar we allebei van hielden, bleef alleen een met volle teugen genietende vogelvriend en enthousiaste filmer over. De man, die legers had gedirigeerd, luisterde verrukt naar de roep van de grutto en zat urenlang opgevouwen in zijn schuiltentje om de kemphaantjes op hun stoeiplaats te filmen. Dagenlang hebben we samen door het veld gezworven en vele jaren achtereen is hij teruggekeerd."

Zomerpostzegels

Tijdens onze gesprekken kwamen vele hoogtepunten voorbij. Zoals het jaar 1984, dat door de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels werd uitgeroepen tot weidevogeljaar, een jaar waarin de vereniging haar aandacht speciaal op de weidevogels richtte. In het kader van dit 'Jaar van de Weidevogels' bracht onze toenmalige minister van Landbouw en Visserij Ir. G.J.M. Braks – op uitnodiging – op 3 april een bezoek aan Westzaan. Na de ontvangst in het voormalig gemeentehuis, werd hem als eerste, onder grote belangstelling van pers en genodigden, de mooie serie zomerpostzegels 1984 aangeboden. Postzegels met afbeeldingen van de kievit, de grutto, de tureluur en de kemphaan, speciaal ter gelegenheid van het weidevogeljaar ontworpen door Peter Vos.
Hierna maakte het hele gezelschap, verdeeld over twee boerenplatten, een vaartocht door het Reefgebied waar de minister samen met Cor een nestbeschermer boven een legsel van een kievit plaatste. Een symbolische handeling, als definitieve start van het weidevogeljaar 1984.
Tijdens de lunch in hotel De Prins werd Cor nog eens extra in het zonnetje gezet en ontving hij voor zijn grote verdiensten als vogelwachter c.q. vogelbeschermer uit handen van Joost van der Ven, namens de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels, de H.H. Buisman Legpenning. Een legpenning die wordt toegekend aan personen die langdurig en daadwerkelijk vogelbeschermingswerk in het veld hebben verricht in dienst van de Nederlandse Vereniging.
Twee andere Zaankanters gingen Cor hierin voor; Piet Duyfs uit Jisp en J. van Til uit Krommenie, beiden vanwege een 25-jarig dienstverband als bewaker in onze streek. Laatstgenoemde had volgens Jan Albers een jol met korte riemen en als ze hem in het veld zagen aankomen, zeiden ze tegen elkaar: "Let op jongens, daar heb je Van Til met zijn pollepels!"

Prevelende boerenzwaluwen

Vijf jaar later, op 9 januari 1989, ontving Cor ter gelegenheid van zijn veertig jarig jubileum als vogelwachter uit handen van M. Flipse, destijds voorzitter van het Dorpscontact Westzaan, de Geertje Visser-Schoenprijs. Eeuwige roem… in Westzaan! Veertig jaar vogelwachter: Een periode waarin hij, met zorg voor zijn eigen boerenbedrijf, met veel inzet en persoonlijke opoffering, veel voor de weidevogels heeft gedaan, zo bleek uit de toelichting in het "juryrapport". Speciaal voor de gelegenheid had men becijferd dat Cor gedurende deze veertig jaar meer dan de hele wereldbol in de rondte had geroeid.

Boerenzwaluw

Boerenzwaluw; ©Kees de Jager

Naast zijn eigen roeiactiviteiten als boer en als vogelwachter, was hij ook wel eens zijn collega Arie Schaap behulpzaam voor het gebied ten oosten van de Zaan, tot Landsmeer aan toe. Hiervoor had hij speciaal ergens aan het Kalf in Zaandam een bootje liggen.
Over zijn roeikilometers vertelde hij een keertje dat hij gedurende zijn werkzame leven zo vaak door de Reef had geroeid… dat de in het Kerkelandje overnachtende boerenzwaluwen hem zelfs herkenden: "Als ik daar dan in de vroege morgen, op weg naar de koeien, even de riemen liet rusten om naar de vogels te luisteren, hoorde ik ze soms heel zachtjes "goedemorgen meneer Crok" prevelen."

Enig mens

Een absoluut hoogtepunt in het vogelwachtersbestaan van Cor zal toch wel op 8 juni 1972 hebben plaatsgevonden, het bezoek aan De Reef van koningin Juliana, onze toenmalige vorstin. Hoewel aan de steiger bij Lambert Melisz de met bloemen versierde rondvaartboot van Piet Rot uit Jisp reeds uitnodigend klaar lag voor vertrek, gaf onze vorstin tot ieders verbazing tóch de voorkeur aan de open boerenplat van Cor, om een vaartochtje te maken.
Na afloop van deze vaartocht, waarbij Jan Albers aan de koningin en haar gevolg voor de nodige uitleg zorgde, schijnt Cor gezegd te hebben: "De koningin is een enig mens".

Een andere bijzondere vaartocht, waarbij Cor zich misschien wel een beetje ongemakkelijk had gevoeld, vond plaats in mei 1973, met twee boerenplatten… vol met knappe dames. Op die dag in mei had wethouder Wietske Kingma uit Westzaan in hotel De Prins een bijeenkomst belegd voor louter vrouwelijke burgemeesters en wethouders uit het land. 's Middags stond een vaartocht door het Reefgebied op de rol. En wie mocht menen dat zo'n tocht met alleen maar vrouwen aan boord niets is gedaan, moet ik helaas teleurstellen. De dames waren – bestuurders eigen – zeer belangstellend, stelden volop vragen en hadden, zo bleek na afloop, zeer genoten van deze mooie tocht.

Met een jachtgeweer in de aanslag

Wat Cor veel verdriet heeft gedaan, was de komst in 1972 van de 380 kV-hoogspanningsleiding die evenwijdig ging lopen aan de reeds aanwezige 150 kV-leiding. Als je dagelijks in het veld bent, weet je maar al te goed aan hoeveel vogels zo'n bovengronds leidingnet het leven kost. Het verhaal gaat dat Cor toen, gesteund door het toenmalige gemeentebestuur van Westzaan en de Vogelbescherming, in een vlaag van schier ontembare woede de werklieden aan de masten met zijn jachtgeweer in de aanslag van het land heeft gejaagd, omdat ze geen bouwvergunning hadden. Uiteindelijk hebben we de aanleg van deze hoogspanningsleiding onder het mom van "algemeen belang" moeten gedogen, maar nog jarenlang na de aanleg is er een proces gevoerd van de Vogelbescherming Nederland tegen de Provincie Noord-Holland over een schadeclaim. De 150 kV-leiding is in 1980 gesloopt.

Een ander punt – en niet het minste – is natuurlijk de erfpachtovereenkomst tussen Vogelbescherming en Staatsbosbeheer geweest, betreffende het land van eerstgenoemde. Een zaak die speelde in 1993.
Tja, als je een groot deel van je leven, vanaf de eerste aankoop in 1961, verantwoordelijk bent geweest voor het onderhoud en het beheer van de percelen van dit weidevogelgebied, dan is het begrijpelijk dat de overdracht naar een andere beheerder moeilijk valt te verkroppen. In de loop van de jaren verliepen de gesprekken met de autoriteiten steeds moeizamer: Cor was boos op het polderbestuur vanwege de maaiboot die zijns inziens veel te vroeg in het jaar met het werk begon en op die manier veel jongbroed onder het wateroppervlak vernietigde. Daarnaast had hij problemen met Staatsbosbeheer en ook de verstandhouding met Cor Schot, zijn naaste buurman, was niet al te best.

Verknetterende natuur

Aanvankelijk dacht ik dat hij zijn broer Jaap, die in september 2002 kwam te overlijden, erg miste. Maar later kreeg ik het idee dat het eerder de afname van de weidevogelstand was die hem zorgen baarde. Cor voorzag dat, als er geen passende maatregelen in het landbouwbeleid zouden worden genomen, de toekomst voor de weidevogels er somber uit zou zien. Zo telde Cor in het reservaatgebied volgens het jaarverslag van de Nederlandse Vereniging over 1980 bijvoorbeeld 143 grutto broedparen. Vlak voor de overdracht van deze gronden in 1993 aan Staatsbosbeheer, werden in het hele Reefgebied 150 territoria van de grutto geteld (Rein Leguijt). Deze aantallen waren in 2009 nog eens met 30 procent teruggelopen naar 104 territoria (opgave SBB).
We mogen constateren dat de zorgen van Cor niet onterecht waren. Kenmerkend voor Cor waren uitspraken als "kunstmest moet verboden worden, dit is de pest voor weidevogels", of "met z'n allen verknetteren [verpletteren, vermorzelen] we de natuur" en "wie de natuur schaadt, schaadt zichzelf" of, een mooie om dit rijtje mee te eindigen: "de grootste fout van onze Lieve Heer is dat hij de mens heeft geschapen", uitspraken die Cor steeds vaker bezigde.

Gedachten die afdwalen naar vervlogen tijden

De laatste jaren van zijn leven bracht Cor door in verzorgings- en verpleeghuis Festina Lente in Assendelft, waar ik hem een paar keer heb opgezocht. Maar van een écht gesprek was nauwelijks meer sprake; zelfs de vroege vondst van het eerste kievitsei scheen hem weinig meer te interesseren.
Bij m'n laatste bezoek kreeg ik zelfs de indruk dat hij dacht "wat komt die vent hier eigenlijk doen ?".
Nog diezelfde avond ben ik weer eens naar het Kerkelandje gefietst om te proberen om boven het lawaai van het vliegverkeer, van het autoverkeer achter m'n rug en het voortdurende geluid van de in het veld aanwezige tamme en grauwe ganzen uit, zingende kleine karekieten waar te nemen.
Terwijl ik daar stond dwaalden mijn gedachten af naar begin jaren zeventig, naar de wandelingen langs De Reef, jaarlijks georganiseerd door onze vereniging, voor leden en donateurs: verzamelen aan het eind van de Watermolenstraat. Er trokken beelden aan mijn geestesoog voorbij van een lange stoet deelnemers, over het smalle Nauernaschevaartdijkje lopend, tot aan de hoogspanningsmasten en dan weer terug. Waarbij onderweg, ter hoogte van "Cuba", volop werd genoten van de aanwezigheid van grutto, kievit, tureluur en scholekster, sommige met jongen. En als men dan bij de het Kerkelandje was aangekomen, werd er vol bewondering gekeken naar de aldaar broedende zwarte sterns op de door Cor aangebrachte vlotjes . In 1970 met maar liefst dertien broedparen!

Koninklijke uitstraling

Inmiddels zijn deze beelden verworden tot historische beelden, afkomstig uit een tijd die ver achter ons ligt. Een tijd waarin de Zaanstreek nog rijk was aan weidevogels, hetgeen Jan Albers deed beweren: "Wij tellen de grutto's niet, doch wij spreken simpelweg over enorme aantallen", een uitspraak die destijds met grote koppen de krant haalde. En dus ook de tijd waarin een bezoek van onze vorstin op een mooie zonnige dag aan het weidevogelreservaat De Reef een koninklijke uitstraling gaf…