Fantastische herinneringen

Door: Dick Dekker

Drie nesten van het woudaapje, tja, kom daar vandaag de dag maar eens om. Stropers bekeuren! 957 roofvogels gezien op één ochtend. Zomervakantie, met volle bepakking op de fiets. In een diep gat gevallen tijdens het rondbrengen van het vogelkrantje. Ja, de herinneringen van Dick Dekker laten zich bij tijd en wijle lezen als een spannend jongensboek.

Mijn allereerste herinneringen aan de vereniging gaan terug naar 1952, het jaar dat ik met de jeugdafdeling excursies maakte naar onder andere Heemskerk, de Noordpier bij IJmuiden en de Hondsbossche Zeewering bij Petten. Op de fiets, onder begeleiding van Klaas Zwart en Jo Bedet.

Kamperen-jaren-vijftig

TentIn de jaren die volgden maakten we ook meerdaagse kampeerreizen. Tijdens een paasweekend in de Kennemerduinen stond het ijs 's morgens in de waterbak. "Grove zak"! Mijn tent kreeg van Mart van Herp de vleiende naam "grove zak", omdat-ie van grof canvas was gemaakt, met een los grondzeil. Nee, dan het pinksterweekend in Nieuwkoop, dat met een nieuwe tent veel aangenamer was. Met vierriemsboten doorkruisten we de plassen en vonden zowaar drie nesten van het woudaapje. Een van de zomervakanties brachten we door op de eilanden Texel en Vlieland: eilandhoppen! Onze fietsen sleepten we met volle bepakking over de Vliehors, naar het volgende kampeerterrein. De terugweg nam welgeteld één dag in beslag, via Harlingen en over de Afsluitdijk… ja, met tegenwind! Tijdens deze excursies waren we gewapend met gemiddeld één verrekijker per twee deelnemers.

Drie gulden contributie

De jeugdafdeling heeft slechts tijdelijk bestaan. Tijdens de ledenvergadering van 14 september 1952 werden de artikelen 28-35 betreffende de jeugdafdeling aangenomen, zo vond ik in een oud huishoudelijk reglement, maar tijdens de ledenvergadering van 8 november 1973 werden ze echter alweer vervallen verklaard , volgens een recenter huishoudelijk reglement. Mijn officiële lidmaatschap werd bekrachtigd tijdens een algemene ledenvergadering op 30 januari 1953, zoals vermeld in het tijdschrift "Wiek en Sneb", eerste jaargang, nr. 1. Mededebutanten waren Tom Roep en Dirk Doeves(!). Tom was mijn boezemvriend, maar Dirk kan ik mij helemaal niet herinneren, behalve dan als – nu – bekend schrijver van verhalen die zich in de Zaanstreek afspelen.
Bewijs van betaling contributieJe werd pas aangenomen als medewerker als je ongeschonden door de ballotage kwam; als meewerkend lid werd men geacht deel te nemen aan de activiteiten van de vereniging en trouw de vergaderingen te bezoeken. Bleef je in gebreke… dan werd je verzocht donateur te worden. Voor het lidmaatschap betaalde je jaarlijks de somma van drie gulden. Fl. 3,00, contant!

Mannenclub

Niet alleen moesten leden actief zijn… ze moesten ook nog eens van het mannelijk geslacht zijn. Nog altijd staan mij de felle discussies, jaren vijftig, helder voor de geest, toen ene Lies Flipse zich aanmeldde als kandidaat voor het lidmaatschap. Bij de aanvaarding van haar lidmaatschap waren er leden die de vereniging verlieten, anderen legden zich er morrend bij neer. Mooi was, dat deze eerste vrouw korte tijd later functie van secretaris vervulde.

Deelnemers Vlieland excursie voor het Posthuis

Deelnemers aan de eerste Vlieland excursie

Bovenste rij: Martien Roos, Aad Bakker, naam onbekend, Bert Bark, Foeke Wagenaar, Dick Dekker, Jeroen Buijs, Piet de Wit, Marcel Boer, Syb de Witte, Bob van Duin, Jaap Zijp.
Op en voor de keukentrap: Cees van Velzen, Herman Mensink en Piet Benjamin, naam onbekend, Luuk Plekker, Goos van Gulik, Ben Greuter, naam onbekend, Rita Kranen, Pol van Gils, Meindert Mulder, Cees Kaat, Wiebe van der Honing, Dirk Uitslager, Mevr. Mulder, Cees Brinkman, Cees Schoorl, Piet Kan, Piet Pastoor, naam onbekend, Frans Sjollema en Gerrit Bochum.

Wiek en Sneb

Onze vereniging stond aan de wieg van het tijdschrift 'Wiek en Sneb', samen met de vogelwacht van Ede, een bezielend initiatief van Jan Albers. Na enkele jaargangen ging 'Wiek en Sneb' op in 'Het Vogeljaar', het tijdschrift dat was bestemd voor álle vogelwerkgroepen in Nederland.
Het tijdschrift 'Wiek en Sneb' werd , net als nu gebeurt met 'De Kieft', door onze leden rondgebracht. Ik haalde mijn portie om rond te brengen altijd op bij het woonhuis van Dirk Uitslager. In zijn woonkamer, waar zijn vrouw vaak de was stond te strijken, lagen grote stapels tijdschriften. Mijn stapeltje kreeg ik mee. Als de dag van gisteren herinner ik mij dat ik, 's avonds in het donker, een keertje tijdens het bezorgen van het blad over een gesloten tuinhekje moest stappen. Een moment later lag ik languit in een meterdiepe gegraven geul naar de voordeur. Daarna ben ik nooit meer over een gesloten poortje gestapt!

'Wiek en Sneb' was ook de naam van de tentoonstelling die wij september 1953 organiseerden ter gelegenheid van ons 10-jarig bestaan. Een uitgebreide keuze uit de werken van de vogelschilder Rein Stuurman vormde de hoofdmoot van de expositie, naast foto's van bekende vogelfotografen. Veel aandacht trokken de boeiende diorama's , die onder leiding van Frans Sjollema waren opgebouwd.

Bekeuren of bekeren?

In de jaren vijftig van de vorige eeuw stond de bescherming van de individuele vogel voorop. We maakten ons druk over eieren-zoek-praktijken, het vangen van vogels en de verstoring van de rietkragen. We waren veel in het veld te vinden om stroperij tegen te gaan. Onder leiding van Jo Bedet volgden we een cursus voor controleur-op-de-vogelwet, waarbij we leerden proces-verbaal op te maken, ons de artikelen uit de vogelwet eigen maakten en waarbij we geacht werden om de vogelsoorten, én hun eieren, te kunnen herkennen. Na de cursus te hebben doorlopen, deden we officieel examen in Den Haag waar we onder ede de aanstelling aanvaardden. Vanaf die dag mochten we stropers in het veld bekeuren… in plaats van bekeren.
Vele jaren later zijn deze aanstellingen ingetrokken en moesten we onze acte inleveren.

Publicaties

In de jaren zestig verlegden we onze aandacht, van 'directe bescherming' naar het 'onderzoek': het verzamelen van gegevens over de aantallen broedvogels en de eisen die aan de leefomgeving van vogels gesteld moeten worden. Van 'directe bescherming' naar 'onderzoek': de aantasting van het landschap betekende een groter risico voor het behoud van de vogels dan de ongewenste stroperij. Bij ons bestond behoefte aan concrete cijfers over de stand van de broedvogels, om de plannen van de politiek te kunnen tegenhouden.
Zo organiseerden we broedvogeltellingen in de polder Westzaan, waarvan we in december 1960 de resultaten publiceerden we in 'Het Vogeljaar' (achtste jaargang, nr. 6), gevolgd door een publicatie in september 1962 (tiende jaargang, nr. 4). Een overzicht van in 1964 getelde broedparen in de polder Westzaan, het Wormer- en Jisperveld en de Kalverpolder, verscheen in 'Het Vogeljaar' van mei 1965.
Samen met vogelwachter Cor Crok volgde ik in 1961 de "lotgevallen" van een aantal vroege kievit-legsels in de Reef, om de Friese vogelaars van repliek te kunnen dienen op hun bewering 'dat vroege legsels meestal verloren gaan'. Het rapen van vroege legsels zou dus niet schadelijk zijn voor de stand van de kievit. Het éénjarig onderzoek bleek echter onvoldoende om conclusies te trekken; de resultaten van het onderzoek zijn te vinden in 'Het Vogeljaar' van april 1962.
Samen met Mart van Herp nam ik deel aan het nationaal broedvogelonderzoek. Wij verzamelden landelijke gegevens over broedende dodaarzen, in 1966 en in 1967. De verslagen daarover verschenen in het maartnummer van 1967 van het tijdschrift 'Natura' én in 'Het Vogeljaar' van april 1968. Een inventarisatie van broedende visdieven is nooit gepubliceerd, de telgegevens zijn in het archief van de vogelwacht terecht gekomen.

Weemoedige terugblik

Fantastische herinneringen heb ik, naast die van de eerste Vlieland-excursies, vooral aan de Falsterbo-expeditie van september 1967. Met een kleine groep leden van onze vereniging kampeerden wij vlakbij het vogeltrekstation, met zicht op de Oostzee. Het was prachtig septemberweer en de actieve vogeltrek stond garant voor succes: in de loop van de dagen telden we in totaal 102 vogelsoorten! Genieten geblazen van een groep kraanvogels bij Börringe, in het Zweedse landschap van Skane. Op één ochtend, tussen 7 en 11 uur telden we 957 roofvogels, verdeeld over negen soorten, die de oversteek waagden van Zweden naar Duitsland. En dan te bedenken dat alle waarnemingen werden gedaan zonder telescoop, die maakte indertijd nog geen deel uit van onze uitrusting.

Deelnemers Falsterbo reis 1967

Deelnemers Falsterbo reis 1967: Guus van Gulik,Joop Bedet,Cees Buys, Mart van Herp,Piet Kaal, Hannie Dekker

Thans stemt het mij weemoedig als ik mij realiseer dat in ieder geval vier van de acht deelnemers ons inmiddels zijn ontvallen. Maar ach, dat is, bij het verstrijken der jaren, inherent aan een terugblik!

Aad Bakker, Dick Dekker en Martien Roos