De Poortwachters van Oostknollendam

Door: Ed Zijp

De VBW"Z" alweer 75 jaar(!)… en tjee, wat is er in die jaren veel veranderd. Zo hebben we hebben de kemphaan en watersnip als broedvogel zien verdwijnen en daarentegen de ijsvogel, de grote zilverreiger en duizenden ganzen hun intrede zien doen. Ach, de wereld verandert en sentiment is mooi, maar het valt niet te voorspellen wat de vogelaars de komende 75 jaar kunnen verwachten.

Velen van ons zullen het zich nog herinneren, de Zaanstreek als het gebied bij uitstek voor de weidevogel; op talloze plekken viel in het voorjaar de balts van kemphanen nog te bewonderen. En nog altijd is de Zaanstreek optisch gezien weidevogelland, open met veel grasland, desondanks zijn de aantallen dramatisch gedaald.

Miljoenennota

Roerdomp

Roerdomp; ©Kees de Jager

De altijd lastige veenweiden die eens de weidevogelbolwerken vormden, zijn niet meer in trek bij de boeren en veranderen langzaam in halfopen moerassen, hetgeen wel weer leuke soorten oplevert zoals de roerdomp en de rietzanger. Ja, "elk nadeel heb se voordeel". Daarnaast worden de droogmakerijen, op enkele stukken na, té intensief gebruikt om een gezonde weidevogelpopulatie te kunnen bevatten.
En laten we de discussie over predatie hier maar buiten beschouwing laten… maar dat die is toegenomen (de vos!) staat als een paal boven water. Nederland staat aan de lat voor weidevogels, vooral ten behoeve van de grutto, en steekt jaarlijks miljoenen in het beheer en behoud van deze vogels, maar desalniettemin nemen de aantallen nog steeds af.

Vogelparadijs van weleer

Gedurende 27 jaar ben ik voor Natuurmonumenten werkzaam geweest, vooral in het Wormer- en Jisperveld; gedurende twintig jaar ben ik thans woonachtig in Oostknollendam. Voor een deel is dit gebied nog redelijk geschikt weidevogels, maar toch zijn grote gedeelten van het gebied nagenoeg verlaten.
Ik woon vlakbij de Schaalsmeerpolder, eens een vogelparadijs met dichtheden weidevogels die je bijna nergens anders in Nederland tegenkwam. De afgelopen tien jaar is dit poldertje aan het leeglopen: door mensenogen gezien ziet het er allemaal prachtig uit, maar door het oog van de grutto oogt het minder interessant. Nog altijd broeden hier – op zon 60 ha – tussen de 25 en 30 paar grutto's, maar dat is géén vergelijk met de bijna 100 paren aan het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Dat klinkt uit een ver verleden… terwijl het slechts 25 jaar geleden is.
Vreemd genoeg nemen de aantallen weidevogels op een stuk grasland ten noorden van de Schaalsmeer, ter grootte van zo'n vijf hectaren, spectaculair toe! Het perceel ligt veel ongunstiger, dichtbij het dorp en tegen het voetbalveld aan, maar de laatste vijf jaar hebben zich hier twintig paar kieviten, zes paar grutto's en zes paar tureluurs gevestigd, benevens de nodige scholeksters, slob- en krakeenden.

In levenden lijve

Wat de verklaring hiervan is, blijft een beetje gissen, maar opvallend is dat hier jaarlijks – in beperkte mate – bemesting plaatsvindt, terwijl de Schaalsmeer nauwelijks wordt bemest en steeds bloemrijker lijkt te worden: sommige hooilanden kleuren geel van de grote ratelaar. Optimaal kuikenland zou je zo denken, maar in het voorjaar valt er nauwelijks een kuiken te bekennen. Ik weet dat de weidevogelexperts (en dat zijn er nogal wat!) hier een mening over hebben en dit een typisch voorbeeld van "afvoerputje" vinden.
[Afvoerputje? We vragen Ed om een toelichting: "De term 'afvoerputje' wordt vaak gebezigd bij een perceel dat volloopt met weidevogels. Volgens de experts is dat een teken dat het in een dergelijk gebied in korte tijd afgelopen zal zijn met de weidevogels… vandaar de term 'afvoerputje'." Redactie.]

Met de boer is een overeenkomst afgesloten dat drie hectaren in laat hooiland worden omgezet… en nu maar hopen. Maar goed, het blijft een prachtgezicht, zo eind mei begin juni: wakende grutto-ouders op de daken van Oostknollendam.
Zó oud ben ik nog niet, maar het zou me niks verbazen dat dit 75 jaar geleden ook zo was en wat zou het mooi zijn als bij het 150-jarig jubileum van de VBW"Z" de grutto's nog steeds als poortwachters van Oostknollendam te zien zullen zijn… en níet als herinneringsstandbeeld maar in levenden lijve!