Roofvogel- en uilenspotters

Door: Jos Blakenburg

We schrijven omstreeks 1996, tijdens een excursie van onze Vogelwacht naar de Arkemheense Polder, een bolwerk van kleine zwanen. Daar, in een knotwilg, een loerend steenuiltje! Kees Boer en ik waren op slag verkocht: voor ons markeerde dit moment het begin van een avontuur dat inmiddels twintig jaar gaande is.

De tijd mee, het tij mee!

Steenuil

Steenuil; ©Inge v.d. Wulp

Mooie herinneringen: speuren naar steenuiltjes in de omgeving van Assendelft, ja, die had je daar toen nog. Of het idee om voor een ringvergunning van het Vogeltrekstation Arnhem te gaan. Stage lopen bij onder anderen Rob Bijlsma, onze roofvogelgoeroe, die wel "effies" met zijn klimijzers twee keer op en neer ging om ons jonge havikjes te tonen, te laten meten en te wegen. Herinneringen aan het begin van de Roofvogel- en Uilenwerkgroep, waarbij we ons hadden voorgenomen zo veel mogelijk het wel en wee van de Zaanse populatie in kaart te brengen, nestkasten op te hangen en meer van dit soort werkzaamheden.
Achteraf gezien hadden we de tijd mee… het waren slechte tijden geweest voor onze predatoren, met name door het veelvuldige gebruik van DDT, een zeer slecht afbreekbaar landbouwgif. Na het verbod op dit middel ging het langzamerhand, met de meeste soorten, steeds beter, en dat gold voor vrijwel geheel Nederland. De aantallen torenvalken, boomvalkjes en ransuilen waren altijd al vrij stabiel geweest, maar andere soorten zag je flinke toenames: in twintig jaar tijd hebben we het aantal buizerds zien uitgroeien van circa 10 naar 40 paar, de havik van 4 naar 12 paar en de kerkuil van 1(!) naar 15 paar. Minder goed gaat het met de bruine Kiekendief, die een terugloop van 25 naar 10 paar kent, en die afname geldt – juist – ook voor het Steenuiltje, van 12 naar 4 paar.
Landelijk gezien doet de slechtvalk – bij deze vogel is destijds, toen de stand ervan schrikbarend terugliep, het DDT-probleem voor het eerst ontdekt – het goed; verscheidene jaren hebben we een paar op de straaltoren van Wormer gehad.

Slechtvalk

Slechtvalk; ©Roely Bos

Vogelvoorpaginanieuws

Buizerdnest met golfbal

Ach, in twintig jaar maakt een vogelaar wel eens wat mee! Wat te denken van die buizerd die maar liefst vier eieren had gelegd achter de oefenplek van de golfbaan van Heemskerk? Hè, een buizerd legt toch nooit meer dan één à drie eieren)? En hier: vier eieren?!
We keken nog eens goed in de spiegel die onze verlengstok vastzat… haha, drie eieren en… één GOLFBAL!

En dan dat torenvalkkast met maar liefst negen(!) eieren, vijf-plus-vier. Da’s vreemd!
Later zagen we van afstand twee broedende vrouwtjes in het nest zitten broeden. Blijkbaar met een mannetje torenvalk dat aan bigamie doet! Een verschijnsel dat overigens bij kiekendieven niet ongebruikelijk is.
Of neem het volgende voorval: mensen van voetbalclub Westzaan zaagden een nestboom om waar een buizerd in gebroed had, omdat de boom wellicht een gevaar zou opleveren voor de jonge voetballertjes!? Nou ja! Zeker de Telegraaf gelezen ? Elk jaar wordt er van de 10.000 broedparen in Nederland maar liefst één paar beroemd, omdat de oudervogels gedurende een week of twee, met jongen in het nest, joggers en wandelaars achtervolgen. Eén op de 10.000 keer, en dat haalt dan natuurlijk de voorpagina! In al die jaren ben ik slechts één keertje aangevallen door een sperwertje… toen ik met spiegelstok in het nest wilde kijken.

De boom in!

Wist u dat kraaien en eksters nuttige vogels zijn? Deze vogels worden vaak verguisd en bejaagd, maar hun tweedehandsnesten vormen w*eacute;l de broedplaats voor de ransuil en de boomvalk! Ook de buizerd, de havik en de blauwe reiger wil zo'n kraaiennest nog wel gebruiken als ondergrond voor hun eigen nest.
Dat bracht ons tot het volgende experiment: laten we 'ns een aantal "hanging baskets" ophangen, u kent ze wel, van die halve bolvormige korven met een kokosmatje erin, precies de maat van een kraaiennest, als kunstnest voor de ransuil.
Met succes, hoewel… géén ransuilen… maar met koolmeesjes, die de kokosvezels verwijderden om vervolgens in hun eigen nestkastje als nestvoering te gebruiken. Wat na verloop van tijd resteerde was een kaal stalen framepje in de boom.
Dan maar met een echt kraaiennest de boom in, dacht Marcel Boer. Een jaar eerder had een boomvalk in een kraaiennest gebroed, hoog in een populier bij zwembad Het Zwet. Maar dit nest was totaal uitgewoond. Dus hebben we van elders een nest vandaan gehaald, om dat met ijzerdraad hoog in een populier nabij de vorige broedplaats te bevestigen. Een hele klim, die met het touw nogal stroef verliep, totdat enkele stoere jonge voorbijgangers, vier man sterk, vanaf de grond even hielpen om de klimmer naar boven te hijsen!
Helaas is het met de boomvalken nooit wat geworden….

Wel & Wee

In al die jaren hebben we veel successen mogen bijschrijven, maar ook wel mislukkingen, bij diverse broedgevallen. Wat te denken van nijlganzen, die geregeld een havik- of buizerdnest "kraken"? Zó zie je de roofvogels broeden, zó zie je met een camera de eieren in het nest liggen… en zó zit er bij de volgende controle een nijlgans in het nest!
Een keertje troffen we een broedpaar kerkuilen aan, volkomen uitgedroogd en gemummificeerd, onder een grote hoop takken. Kauwtjes hadden de nestkast gekraakt en vol gemieterd met takken.
Inmiddels worden er ook in de Zaanstreek boommarters waargenomen! En dat zijn, net als eekhoorns, geweldige klimmers… die ook graag een jonge vogel of een eitje lusten.
Ach, het onderstreept alleen maar het belang van ons voornemen van twintig jaren geleden: zo veel mogelijk zorgdragen voor het wel en wee van de Zaanse populatie roofvogels en uilen!