Van vogelaar tot ringer op Vlieland

Door: Gerrit Bochem

Indertijd kwam Gerrit Bochem via een vriend bij de Zaanse vogelwacht terecht. En van het een kwam het ander, van vogelaar, van deelnemer aan de jaarlijkse Vlieland-excursie, tot vogelringer op de vinkenbaan van het eiland. 's Morgens in alle vroegte, de wind vol op de kop, fietsend door de Kroon's Polder, bezweten de netten opzetten op de baan en dan… urenlang wachten op een mooie vangst: een kijkje achter de schermen van een bevlogen vogelringer.

Jan Huijser, een vriend van me en lid van de vogelwacht, maakte me enthousiast om me aan te sluiten bij de Zaanse Vogelbeschermingswacht en zo maakte ik in 1987 voor de eerste keer deel uit van de jaarlijkse Vlieland-excursie. Voor mijn eerste Vlieland-excursie – vele zouden er volgen –werd ik ingedeeld in de auto van Gerrit de Waal, samen met Willem en Jan Huijser.

Zeekoet

Restaurant Zurich, net over de Afsluitdijk, fungeerde altijd het eerste verzamel punt, de koffiestop waar de eerste kennismaking met alle deelnemers plaatsvond. Vervolgens reden we dan door naar Harlingen-Haven, daar werd de bagage uitgeladen, waarna de chauffeurs hun auto's in het dorp parkeerden.
De bagage werd op de boot meegenomen, een boot met de mooie naam De Zeekoet, waar maximaal drie personenauto's op konden. De boot bestond uit een onderdek, een tussendek en een bovendek; meestal werd de bagage op het onderdek neergezet, aan de kanten, maar bij onstuimig weer was het slimmer om de spullen naar het tussendek te slepen, omdat het maken van een draai in de branding dikwijls met een berg natte koffers gepaard ging, zodat bij het verlaten van het schip het water uit de koffers droop. Meestal waren de vogelaars op het bovendek rond de warme schoorsteen van de boot gezeten, buiten in de frisse wind, waar de eerste waarnemingen van eidereenden en visdiefjes werden gedaan.

Matineuze jan-van-genten

Eenmaal op het eiland aangekomen, laadden we de bagage in een bestelauto van Pronk; Gerrit de Waal en Willem Huijser reden met de bestelwagen mee en zorgden ervoor dat de spullen keurig bij het Posthuys werden afgeleverd.
De rest van de groep trok wandelend langs het wad, soms een stukje binnendoor via Natuurkampeerterrein De Lange Paal, Nieuw Kooi, Oude Kooi en Bomenland, richting het Posthuis. Daar, in het Posthuys, hing de kamerindeling bij de trap. D'r waren vier- en vijfpersoonskamers en een enkele tweepersoons kamer: ik was met Jan Huijser, Foeke Wagenaar, Jaap Zijp en Wiebe van der Honing op één kamer ingedeeld, onder de deelnemers al snel bekend als de roemruchte "Kamer 4", omdat wij, de vijf kamergenoten, altijd als laatste het restaurant verlieten, prima op stemming door het nuttigen van menig lekker borreltje, om te gaan slapen. Niemand kon ons echter verwijten dat we niet op tijd ons bed uitkwamen: elke dag stonden we bij het krieken van de dag op om bij de strandopgang naar jan-van-genten te turen.

Ringvergunning

Gerrit tussen de duindoorns

Gerrit tussen de duindoorns; ©VBW"Z"

Dikwijls trokken we met z’n vijven op, voor een wandeling door Bomenland, langs de kust of langs het wad, naar Kroon's Polderdijkje of, bij laagwater, door de Kroon's Polder. Omdat Foeke al vele jaren ringer was, gingen we altijd even langs bij Huibert van Eck, de ringer op de vinkenbaan van Vlieland. In die jaren ringde hij (samen met Rein Rollingwier) vele vinken en kepen, die daar in groten getale voorkwamen omdat de polder er erg vlak was en weinig begroeid. Duindoorns waren toen nog maar zo'n 20 cm hoog… terwijl je er tegenwoordig onderdoor kunt lopen, zo hoog.
Foeke en Jaap verbleven – na de vogelwachtexcursie – óók in de herfstvakantie op Vlieland, in het Posthuys. Vanaf 1980 sloot ik me in de vakantieperiode bij hen aan. Een aantal jaren later, vele vogelsoorten verder en enthousiast geraakt door de verhalen over bijzondere vangsten op de vinkenbaan, zoals die van een roodoogvireo, besloten we om zelf een ringvergunning voor Vlieland aan te vragen bij Staatsbosbeheer. En dat was oké: Foeke was nog in het bezit van een ouderwetse ringvergunning en bleek alleen maar toestemming nodig te hebben van de eigenaar van de grond. Aldus konden wij tijdens de herfstvakantie van 1985 voor de eerste keer zelf vogels vangen en ringen. Tijdens die eersten "ring-jaren" was het nog een beetje aftasten welke plek het beste was, welk plekje de meeste vogels opleverde.

Géén snoeiwerk

Bij het militaire kamp was nog een ringer actief, de heer C. Terpstra, oud-kampcommandant op Vlieland. In het najaar ving hij in een week of acht tijd altijd behoorlijk wat vogels, maar meestal was hij in de herfstvakantie eventjes weg: Terpstra kon gewoon niet tegen de mensen die vogels uit zijn netten stonden te plukken of te knippen, of een gesprek met hem wilde aanknopen. Als wij met de Zaanse Vogelwacht op het eiland waren, vroegen we hem of wij in dat weekje van zijn stek gebruik mochten maken. Dat kon… en dat scheelde ons een hoop snoeiwerk, omdat de netbanen reeds aanwezig waren, en zodoende vingen wij meer vogels dan normaal, waaronder soms leuke soorten.
Toen de kinderen van Foeke van school waren en niet langer in de herfstvakantie meegingen, konden we voor een langere periode gaan ringen, eerst voor twee weken en daarna voor drie weken achtereen. Dat was omstreeks 1997, toen het Posthuys stopte met het aanbieden van logies en we elders onderdak dienden te vinden.
De eerstvolgende twee jaren vonden we onderdak op de oostpunt van Vlieland, in een keet van Rijkswaterstaat, maar toen deze gesloopt werd, kwamen we bij het huisje van groepsaccommodatie Twest Endt terecht.

Rats, kuch en bonen

Nadeel van een slaapplek in het dorp was dat het weer aan de andere kant van het eiland (waar we ringden) geheel anders kon zijn dan het weer in het dorp. Ringen deden we vanuit een bagagewagentje dat bij de slagboom van de Vierde Polder stond. Soms bleef je in het dorp, omdat het daar goot van de lucht, terwijl je later bemerkte dat er aan de andere kant van het eiland geen spat was gevallen. Andersom kwam ook voor. Dan stond je de hele ochtend in de polder onder een dekzeil te schuilen, helemaal niks gevangen, en als je dan in het dorp terugkeerde, had daar een lekker zonnetje geschenen.
Dikwijls fietste je 's morgens met tegenwind naar de polder, om daar nat van de transpiratie aan te komen, bezweet de netten open te zetten, om dan weer lange tijd stil te moeten zitten. Nee, niet erg bevorderlijk voor het welbehagen… maar voor dat probleem kregen we hulp van Gerlof de Roos, de bioloog van het eiland. Na een gesprek dat hij had met de daar aanwezige kampcommandant van de Luchtmacht, konden we het daaropvolgende jaar een kamer krijgen op het kamp, midden tussen de dienstplichtigen, en bovendien konden we gebruikmaken van de kantinefaciliteiten en de bar, met maaltijden tegen de gebruikelijke legerkosten à fl. 1,25 voor ontbijt of lunch en fl. 4,50 voor het avondeten.
Nu waren we met twee minuten lopen bij de netten; als het slecht weer werd, schoven we alles dicht om even een bakkie koffie te drinken en wat te eten, en knapte het weer op, dan schoven we alles zo weer open.

Drukke dagen

We onderhielden een goede verstandhouding met Toni, de eigenaar van het Doniahuis (het tegenwoordige Hotel DoniaState Vlieland), de accommodatie waar we na de sluiting van het Posthuys in 1997 voortaan met de Zaanse vogelwacht zouden bivakkeren. Toni en ik deelden dezelfde interesse in zeevissen, en met enige regelmaat pikte hij ons 's avonds op om mee te gaan vissen. Dat betekende dat het voorkwam dat je 's morgens om 6.00 uur de poort uitging om vogels te vangen, pas om 17.00 uur weer binnen was voor het avondeten, dan 's avonds om 22.00 uur weer werd opgepikt door Toni om te gaan vissen op zee, om dan ergens rond 2.00 uur 's nachts weer afgezet te worden bij de poort. Hazenslaapje: om 6.00 uur was het weer vroeg dag, voor het vangen van vogels. Dan zag de dienstdoende wacht je opnieuw door de poort van het kamp vertrekken, de man kon er geen touw meer aan vastknopen…

Zaanse vogelaars op bezoek

Bezoek van vogelwacht aan de ringhut

De vogelwacht op bezoek; ©VBW"Z"

In 1995 kwam door het plotseling overlijden van Rein Rollingwier de vinkenbaan leeg te staan; zonder opvolging door een eilander dreigde de baan gesloopt te worden. Uiteindelijk is het ons met zeven mede-ringers, allen met een "ringbinding" met Vlieland, gelukt de baan, het vogelringstation, te behouden. Heden ten dag wordt de baan van half augustus tot half november bemand.
In de jaren 1996-2002 hebben Foeke en ik de weken van half september tot de eerste week van oktober voor onze rekening genomen, de leukste vogeltrekperiode, waarin je nog net een staartje van de vroege trekkers meepikt, plus de middenmoot, plus de eerste van de late trekkers.
Ieder seizoenvang ik zo tussen de 40 en 50 soorten, waaronder soorten die ik in de Beemster nooit zou vangen.
Tijdens mijn "vangst-periode" komt ook de Zaanse Vogelwacht op het eiland en de deelnemers aan de trip mogen dan graag even langskomen, op excursie, om de grote diversiteit aan vogels van dichtbij te aanschouwen en te fotograferen. Ik leg dan uit wat wij ringers allemaal voor werkzaamheden verrichten: wegen, meten, vet en vliegspier bepalen. Dit alles om de conditie en de overlevingskansen te kunnen bepalen van de gevangen vogels. Tevens blijkt uit onze vangsten het verschil in aantallen tussen jong en oud, waaruit het broedsucces valt op te maken en duidelijk wordt of het een goed broedseizoen of een slecht broedseizoen is geweest.

Beloning voor vele uren werk

Het zijn allen vrijwilligers die de vinkenbaan onderhouden en bemannen; er zijn vrijwilligers die dat één week per jaar doen, of gedurende twee weken, of voor een periode van drie weken, zoals ik (dat is zeg maar "mijn bouwvakvakantie"). Gedurende het seizoen, dat loopt van half augustus tot half november, worden er tussen de 8.000 en 18.000 vogels gevangen en geringd!
Helaas is het aantal terugmeldingen dat we krijgen soms aan de lage kant. Daar staat tegenover dat áls je van een bijzondere vangst een terugmelding krijgen, dat een mooie beloning is voor de vele uren die we hieraan besteden.

Porseleinhoen

Porseleinhoen; ©Gerrit Bochem

Graag zet ik een aantal bijzondere en leuke waarnemingen van de afgelopen jaren voor de lezer op een rijtje: de bosgors, de dwerggors – deze gors is terug gemeld in Portugal… als rietgors, omdat er geen dwerggorzen voorkwamen in Portugal. Na bestudering van de foto's is deze "rietgors" alsnog hernoemd tot dwerggors: de eerste waarneming van deze vogel in Portugal! –, draaihals, smelleken, drie buidelmezen waarvan een twee keer is terug gemeld, eerst uit Castricum en later uit Frankrijk, Pallas' boszanger, bruine boszanger, Raddes boszange , bladkoning, kwartelkoning, porseleinhoen, waterral en twee keer een blauwstaart.

Vlieland-excursie verandert je leven!

Al die mooie vogels en dat prachtige ringwerk is er de reden van dat ik al bijna veertig jaar lang, zonder ook maar één jaartje te hebben overgeslagen, op het eiland kom. Ja, zo zie je maar hoe een deelname aan een Vlieland-excursie je leven kan veranderen! En het leukste van het vangen op Vlieland is, dat je nooit van tevoren weet hoeveel en welke vogels je zal vangen. Bijna altijd vang je wel de gangbare soorten – denk daarbij aan de roodborst, zwartkop, zanglijster, koperwiek en de merel –, soms in kleine aantallen, soms in groten getale. Als er veel trek is, is de kans op een bijzondere soort uiteraard hoger; in totaal heb ik op Vlieland 105 verschillende soorten gevangen.

Voor verder informatie: zie www.trektellen.nl, onder het kopje 'Ringvangsten' en dan even doorklikken naar 'Vlieland' ([Redactie]: of gebruik deze link). Op deze site worden bijna dagelijks de gevangen vogels vermeld en aangegeven wanneer er gevangen wordt.