Van zolder naar multifunctioneel centrum

Door: Tom Kisjes

Tal van vrijwilligers van diverse pluimage, van vogelbeschermers tot bijenhouders, van aquarium- en insectenliefhebbers tot botanici, allen natuurliefhebbers, begonnen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw met het bijeenbrengen van allerlei verzamelingen op natuurhistorisch gebied. Ruim dertig jaar later, in 1987, zou dit leiden tot de oprichting van het Natuurmuseum. Vandaag de dag, wederom dertig jaar later, zijn er plannen de bouw van een multifunctioneel natuurcentrum.
Tom Kisjes, directeur/bestuurder van het Zaans Natuur & Milieu Centrum, maakt ons deelgenoot van de geschiedenis van het Natuurmuseum.

Binnenkort viert de Vogelbeschermingswacht "Zaanstreek" haar 75-jarig jubileum: het oprichtingsjaar 1943 doet vermoeden dat de toenmalige oprichters en leden reeds kort na het ontstaan van de vereniging met het idee rondliepen om een natuurmuseum op te richten. Immers, reeds in 1941 overtuigde de alom bekende biologieleraar dr. W.J. Prud'homme van Reine diverse natuurverenigingen ervan hun krachten te bundelen binnen een overkoepelend orgaan, de Federatie van Zaanse Natuurliefhebbers. In de akte van oprichting – die overigens dateert uit 1950 – valt te lezen dat de verenigingen zich onder andere ten doel stelden om "verzamelingen op natuurhistorisch gebied bijeen te brengen".

Van paradijsvogel tot paradijsvisch

De Vogelbeschermingswacht "Zaanstreek" sloot zich al snel na haar oprichting bij die federatie aan. Andere aangesloten verenigingen waren de Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (tegenwoordig Koninklijk) en de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN), maar ook de Vereniging tot Bevordering der Bijenteelt (de huidige Nederlandse Bijenhouders Vereniging) en aquariumvereniging de Paradijsvisch.
Allerlei vrijwilligers, leden van aangesloten verenigingen, maakten in de jaren vijftig flink werk van het verzamelen van natuurattributen, van opgezette vogels tot herbarium. De verzameling werd binnen korte tijd zo omvangrijk, dat er een opslagplaats en expositieruimte voor moest worden gezocht. In 1954 kreeg men van de Gemeente Zaandam toestemming om de zolder van de Vissershopschool in gebruik te nemen. Adjunct-directeur Gemeentewerken Bram Kloos – zoon van de botanicus Abraham Willem Kloos, naar wie een straat in Poelenburg is vernoemd: de A. Kloosstraat – was destijds voor de museumvrijwilligers een nuttig contact.
In 1955-1956 was op de schoolzolder de tijdelijke tentoonstellingsruimte in gereedheid gebracht. Bij wijze van steuntje in de rug verleende de gemeente vanaf 1958 jaarlijks een subsidie van fl. 1.000,= aan wat toen nog het "Zaans Schoolmuseum" werd genoemd.

Verzamelingen op zolder

Zolder Vissershopschool

Zolder Vissershopschool; vlnr Prud'homme van Reine,
Bank, van Gulik, Woudstra

Op dat moment waren reeds zo'n 700 opgezette vogels verzameld, die voor een groot gedeelte waren opgezet door Dirk Landsman, een lid van de Vogelbeschermingswacht. "Veel kinderen denken, dat kleine meeuwen nog moeten groeien en in het museum kunnen we ze laten zien, dat het verschillende soorten zijn", schreef Prud'homme van Reine in één van zijn vele subsidieverzoeken ten behoeve van het museum.
Opgezette vogels… maar er werd véél meer verzameld. De heren Bank, Woudstra en Aukema – allen leden van de KNNV – bouwden een insectenverzameling op en via een connectie op de walvisvaarder Willem Barentsz ontving men walvisbotten. Door de familie Blees te Zaandam werd een verzameling gedroogde planten – een herbarium – geschonken. En zo ging 't maar door.
Het natuurmuseum bevond zich, 't zal de lezer niet verbazen, op een verborgen locatie, daar op de zolder van een schooltje op het Vissershop, en dat was natuurlijk verre van ideaal; jaarlijks werden er "op zolder" niet meer dan 100 bezoekers geteld.

Waterpartij met flamingo's

Om zich aan de buitenwereld te tonen, werden er zo nu en dan exposities elders verzorgd. Dat gebeurde met bijeengebracht materiaal; overigens was daar al sprake van voordat de feitelijke oprichting van het museum had plaatsgevonden. Zo waren er exposities in het Zaanlands Lyceum, in Ons Huis te Koog aan de Zaan en op een school aan de Hogendijk in Zaandam.
De heer Bank herinnerde zich een tentoonstelling, waarbij aquaria en de aquariumvereniging centraal stonden: "Er was ook een waterpartij met échte flamingo’s, geleend van Artis."
Een grote klapper maakte het museum met de tentoonstelling 'Land over Zand' in 1977 op de Zaanse Schans, die in drie maanden tijd ongeveer 18.000 bezoekers trok. In 1984 deed men het daar nog eens dunnetjes over met de expositie 'Zaanstreek Natuurlijk', edoch, deze tentoonstelling trok aanmerkelijk minder publiek (ongeveer 3.000 bezoekers), en dat was onder andere te danken aan de entreeheffing van fl 1,= per persoon. Tja…
Er was nog een andere reden om naar buiten te treden: de wens om de ooit als tijdelijk omschreven werkruimte op de zolder van de Vissershopschool te kunnen verruilen voor een volwaardige museumlocatie. In dertig(!) jaar tijd zijn heel wat locaties de revue gepasseerd: pakhuis De Lelie op de Zaanse Schans, de boerderij aan de Poel te Wormer, huis Rote in Westzaan, een gebouw in recreatiegebied het Twiske, een voormalig kraamcentrum te Wormerveer…

Eierenverzameling in de dakgoot

Maar nooit kwam het ervan, van een volwaardige museumlocatie en dat was debet aan de daling van de moraal en de motivatie van het steeds kleiner wordende aantal museumvrijwilligers. Op de vaste werkavonden werd voornamelijk nog over vroeger gepraat.
Ook de zolderruimte ging steeds meer manco's vertonen. VWB"Z"-lid Goos van Gulik, die ongeveer twintig jaar lang zorg droeg voor de verzameling opgezette vogels, had grote moeite om de oprukkende schimmel in de slecht verwarmde en lekkende zolderruimte het hoofd te bieden. En dan had je nog de inbraken via het dakraam. Ooit vond Goos de eierenverzameling terug in de dakgoot. Bij nader inzien waren de eieren niet de moeite waard geweest voor de dieven.
In 1985 diende zich echter een doorbraak aan. In die tijd kwam er een aantal kleuterscholen leeg te staan. Eén van die schoolgebouwen, van de voormalige kleuterschool De Kemphaantjes, bevond zich op een ideale plek, aan de Thijssestraat, vlakbij Kinderboerderij Darwinpark. De aankoop van het gebouw, alsmede het wegwerken van achterstallig onderhoud, vormden aanvankelijk een struikelblok, maar dankzij een gift van Albert Heijn, in het kader van het 100-jarig bestaan, waren er geen financiële belemmeringen meer.

Hernieuwd elan

Inrichtingswerkzaamheden natuurmuseum

Inrichtingswerkzaamheden; F.Sjollema, D. Uitslager

Met hernieuwd elan werd een gedeelte van het gebouw als museum ingericht. Een ander gedeelte werd voor educatiedoeleinden in gebruik genomen door het Biologisch Lescentrum.
Door tal van vrijwilligers is er ontzettend hard gewerkt aan de inrichting van het museum. Een belangrijke rol speelden daarbij onder anderen VWB"Z"-leden Frans Sjollema, Gerrit Groot, Cees van Velzen en Dirk Uitslager, B. Bank, Pier Aukema, Jan Woudstra en Herman Roode van de KNNV, Ber Hartog van de Imkersvereniging en Aart Buys, een van de buurtbewoners.
De officiële opening van het natuurmuseum vond plaats in april 1987, in aanwezigheid van Albert en Gerrit Jan Heijn en burgemeester Arie Lems.
De gemeente Zaanstad nam begin jaren negentig het initiatief om alle gemeentelijke onderdelen die met natuur en milieu educatie van doen hadden, te privatiseren en onder te brengen bij een daarvoor op te richten stichting Natuur en Milieu Educatie Zaanstreek (NME), thans Zaans Natuur en Milieu Centrum geheten. Deze stichting startte halverwege 1993 en werkte vanuit het museumgebouw aan de Thijssestraat. Het museum viel aanvankelijk nog onder het beheer van de Federatie van Zaanse Natuurliefhebbers, maar onder andere vanwege het sterk teruglopende aantal vrijwilligers werden in 1999 de museumcollectie en de museale beheerstaken overgedragen aan de stichting. Kort daarna werd de federatie opgeheven, na een bestaan van ruim 50 jaar.
Frans de Vries, ex-voorzitter en VWB"Z"-erelid, heeft in die periode geruime tijd ook een bestuursfunctie binnen de stichting NME vervuld. En dat gold tevens voor de VWB"Z"-leden Henk en Joke Stuurman.

Gesponsorde zangvogels

Ondertussen maakte de stichting NME plannen om het museum wat eigentijdser en kind vriendelijker in te richten, met als gevolg een grootscheepse verbouwing en herinrichting, die in de jaren 1999 en 2000 plaatsvonden, waarna het museum in juli 2000 heropend werd door burgemeester Ruud Vreeman.
NatuurmuseumIn zijn huidige vorm bevat het natuurmuseum de vaste expositie 'Natuur in de Stad', naast een wisselexpositiezaal, waar drie keer per jaar een nieuwe expositie te zien is. Het museum spreekt jonge kinderen aan, vooral omdat er veel te ontdekken valt en omdat de tentoonstellingen veel verrassende en herkenbare onderdelen bevat. Het museum wordt jaarlijks veelvuldig door schoolklassen bezocht… dus zat Prud’homme van Reine er uiteindelijk niet ver naast met zijn "Zaans schoolmuseum".
Uit het voorgaande mag u opmaken dat uw vereniging dus aan de wieg heeft gestaan van een belangrijke educatieve voorziening, waarschijnlijk onder het motto 'wie de jeugd heeft, heeft de toekomst'. Het is daarom verheugend dat de Vogelbeschermingswacht die gedachte en traditie in ere houdt via de financiële ondersteuning van de wisselexpositie 'Zangvogels', gepland in het voorjaar van 2018 in het Natuurmuseum. Als het even kan met aanhangende activiteiten in samenwerking met de (jeugd-)leden van de VWB"Z!

Mooi vervolg

Momenteel ontwikkelt het Zaans Natuur & Milieu Centrum (ZNMC) plannen voor een nieuw te bouwen – multifunctioneel – centrum, waarin wat meer ruimte is ingeruimd voor de educatieve activiteiten en de exposities. Het gebouw komt te staan óp het terrein van de kinderboerderij en krijgt een nieuwe entree aan de Twiskeweg. Het wordt een duurzaam "nul-op-de-meter-gebouw"; de inspanningen zijn erop gericht dat realisatie in 2019-2020 gaat plaatvinden. De gemeente Zaanstad ging onlangs akkoord met het ZNMC-bedrijfsplan en met een reservering/lening van ongeveer 2 miljoen euro. Ondergetekende beschouwt dat als een mooi vervolg op al het hiervoor beschreven vrijwilligerswerk en tevens op een ruim 40-jarige carrière in de natuur- en milieueducatie, die in 1978 begon in een stratenmakerskeet op het terrein van de kinderboerderij.

Het ZNMC wenst de jubilerende Vogelbeschermingswacht een voorspoedige, zonnige en vogelrijke toekomst toe, wellicht met een meer mediterrane avifauna …