Verslaafd?

Els Floris vertelt hoe zij met het tellen van vogels begon… en nu niet meer kan stoppen

Ons erelid Martien Roos was een collega van mij. Het kantoor waar we werkten keek uit op de Zaan, bij de sluizen van Zaandam, waar zich altijd veel vogels verzamelden. Martiens enthousiasme voor de vogels werkte aanstekelijk, waardoor ook ik beter naar ging vogels kijken. De ene meeuw is immers de andere niet.

Toen de Vogelwacht haar eerste(!) cursus 'Vogels herkennen' organiseerde, in 1992, was ik erbij. Een jaar later meldde ik me aan voor de broedvogeltelling, lekker het veld in, en met een doel! Dat was voor mij de beste manier om de vogelwereld beter te leren kennen. Vandaag de dag tel ik al bijna 25 jaar broedvogels in het Wormer- en Jisperveld, vanuit mijn kano of mijn jol. De momenten voor dag en dauw, in alle vroegte, als de zon ijskoud opkomt, zijn me het dierbaarst. Ik ben niet echt een ochtendmens, maar in het oog van de dageraad is het veld onweerstaanbaar.

MUS

Tekening huismus; ©Jos Zwarts

Huismus; ©Jos Zwarts

In de winter ging ik wintervogels tellen en meehelpen bij het coördineren van de tellingen. De reeks wintertellingen, waarbij iedere maand zo'n 50 tot 60 tellers van de Vogelwacht de vogels in de buitengebieden van de Zaanstreek tellen, loopt al vanaf 1975. Iedere telling draagt bij aan de grote landelijke gegevensbank van SOVON, waarmee trends en ontwikkelingen in de vogelstand gevolgd worden. Dat geeft mij een goed gevoel. Ik doe mee omdat ik het leuk vind om vogels te kijken en te tellen en de gegevens zijn ook nog eens van wetenschappelijk belang. 'Citizen science' noemen ze dat. Er zijn veel telprojecten. Zo doe ik nog mee aan de PTT (Punt-Transect-Tellingen) en de MUS (Meetnet Urbane Soorten), de slaapplaatstellingen van de grutto en de zilverreiger.
Zou ik verslaafd zijn?
Zelfs in huis hoef ik het tellen niet te laten, mijn verrekijker ligt altijd klaar op de vensterbank. Jaarrond doe ik mee aan de jaarrondtuintelling. Kan iedereen! Kijk maar op www.tuintelling.nl.

Notitieboekjes, waarnemingskaartjes , veldkaarten, smartphone, tablets en apps

Screenshot Obsmapp

Digitale invoer

Door de jaren heen zijn er door de leden van de Vogelwacht heel veel waarnemingen verzameld, zowel losse waarnemingen als periodieke, voor broedvogels, trekvogels, wintervogels. Vogelaars die meededen aan tellingen, waren altijd in de weer met opschrijfboekjes, veldkaarten en formulieren. Jarenlang ging dit met potlood en papier. (En nog altijd heb ik een potlood op zak als ik vogels ga tellen.) Smartphone en tablet worden echter steeds belangrijker; via een app kan je razendsnel je waarneming, het liefst met foto en geluidsopname, doorgeven aan waarneming.nl.
In 2006 zijn we bij de Vogelwacht "digitaal gegaan" met de losse waarnemingen. En nu kunnen we 'in real time' laten weten wat er gezien is… Onze admins houden ons bij de les!

Voor mijn broedvogelonderzoek zat ik vaak maanden na het telseizoen nóg te zweten boven mijn veldkaarten. Nu voer ik de waarnemingen in op een tablet en de app regelt dat de gegevens op digitale kaartjes bij Sovon binnenkomen. De enige reden dat ik naast mijn tablet nog altijd een papieren veldkaart plus potlood meeneem, is het risico van falende techniek en de weerspiegeling van de zon op het scherm van de tablet.

Laatste teller der Mohikanen

In het verleden, als coördinator van de wintertellingen, tussen 1996 en 2006, heb ik honderden telformulieren ingeklopt op de computer. Tellers stuurden hun tellingen in via de post en later via e-mail. In het begin van het computertijdperk hadden we wél een digitale database, maar nog géén digitaal invoerformulier. Die digitale database betekende al een grote vooruitgang. Deze was gemaakt door Ron van der Hut, één van mijn voorgangers bij de Commissie Tellingen en Inventarisaties, die zelf jarenlang de tellingen in tabellen op papier heeft uitgewerkt.
Een digitaal invoerformulier gebruiken we sinds 2004 dankzij Kees de Jager. Kees heeft de database verder geperfectioneerd en uitgebouwd. Onze gegevens gaan naar Sovon en spelen zo een rol bij de analyse van trends en bij de toetsing van plannen. Nog maar één teller stuurt zijn tellingen op papier in.

Eerste rang

IJsvogel

IJsvogel; ©Kees de Jager

Voor een ijsvogel kom ik mijn bed niet uit. U wel? Nou ik niet… tenminste, niet meer sinds 6 oktober 1999. Het was een uur of negen s morgens. Ik had vrij en geen haast om op te staan. Langzaam rekte ik me uit en ging rechtop in bed zitten. Het slaapkamerraam van onze woonark stond wijd open. Van buiten kwam een schel gefluit, een geluid dat ik niet direct kon thuisbrengen. Ach, ik zou zo wel eventjes kijken. Hoefde niet: op drie meter afstand bij me vandaan landde een ijsvogel op de rand van het raam. Ik zat eerste rang, verroerde me niet en gaf geen kik. Het duurde niet lang, zo’n tien, misschien vijftien seconden en toen was-ie weer weg. Later op diezelfde ochtend zag ik hem nog een keer over onze sloot flitsen. Een paar weken eerder had de buurman van de voorste ark op onze ligplaats er ook eentje gezien. Vast dezelfde.

Uit de lucht komen vallen

Het was nog donker, t moet even na achten 's morgens geweest zijn, 13 december 2016. Ik was net van huis gegaan, richting werk. Op de fiets, zoals altijd. Ik reed over de Dorpsstraat en in een flits zag ik een dooie vogel liggen. Op de stoep. Nu liggen er wel vaker dooie vogels op de weg een merel, een mus, een eend, meestal verkeersslachtoffers. Maar deze was anders, dit was een smient.
De vogel was niet aangereden of aangevreten of aangeschoten, maar wel levenloos.
Smienten zijn niet zeldzaam. 's Winters vind je ze in groten getale in de omgeving, in sloten en weilanden, maar níet op de stoep van een straat. Nee, een smient is geen vogel van de straat. Ik kon maar é&eactue;n ding bedenken: dood uit de lucht komen vallen.
Ik heb een foto gemaakt en de waarneming gemeld op waarneming.nl. En ook de gemeente gewaarschuwd…. er heerste vogelgriep.

Fascinerende momenten, in alle vroegte, als de zon ijskoud opkomt…