Verbrakking polder Westzaan goed voor flora en fauna

Datum: 28-7-2009
Bron: Dick Jonker in Dagblad Zaanstreek (25-7-2009)

Half juli is bekend geworden dat het Rijk 4,3 mln. euro heeft gereserveerd voor verbrakking polder Westzaan. De totale kosten worden geraamd op ca. 10 mln. Het resterende bedrag van ca. 6 mln. wordt grotendeels bijgedragen door de provincie Noord-Holland maar ook het Hoogheemraadschap, Staatsbosbeheer, gemeente Zaanstad en Rijkswaterstaat dragen bij. ( Dagblad Zaanstreek 18 juli)

Wat is nu eigenlijk verbrakking, wat is de oorsprong en met welk doel is dat opgezet. Om deze vragen te beantwoorden moeten teruggaan naar 1990. In dat jaar is de landinrichtingscommissie voor de herinrichting polder Westzaan door de provincie ingesteld. Naast vertegenwoordigers van de landbouw, Staatsbosbeheer, gemeente Zaanstad, de provincie, ondersteund door de Dienst Landelijk Gebied, heb ik namens de Zaanse Natuur en Milieuorganisaties deelgenomen in deze commissie. Bij het opstellen van plannen gold als voorwaarde dat naast verbeteringen voor de landbouw ook natuurontwikkeling aan de orde moest komen.

In 1998 is het landinrichtingsplan door de provincie vastgesteld met onder andere verbrakking van het Guisveld en de mogelijkheid, zonder nieuwe ingrepen, op termijn ook verbrakking in de Reef mogelijk te maken. Tussen 1998 en 2003 zijn door de commissie verschillende plannen voor verbrakking onderzocht maar geen van de plannen bleef onder het door de provincie vastgestelde budget van 2,2 mln. Tot mijn teleurstelling werd in 2003 verbrakking door de provincie uit de herinrichting geschrapt. In 2005 is het door Staatsbosbeheer en het Hoogheemraadschap weer opgepakt en in 2007, inclusief een Europese subsidie, weer gepresenteerd voor totaal 3.5 mln. Bij de uitwerking heeft Staatsbosbeheer de kosten hoger geschat en in december 2007 de pijp aan Maarten gegeven om het zo maar eens te zeggen. Gelukkig heeft de provincie in 2008 het initiatief genomen om te onderzoeken hoe aanvullende- en andere financiering gevonden kon worden. De vorige week bekend gemaakte reservering van 4.3 mln. is onderdeel van 113 mln. voor het Programma Westelijke Veenweiden. De partners/bestuurders in het project zijn dezelfde gebleven maar nu ook met Rijkswaterstaat.

Maar wat is nu het doel van verbrakking? Om die vraag te beantwoorden moeten we wat verder in de tijd teruggaan. Sinds de afsluiting van de Zuiderzee in 1932, is het water dat in de polder wordt ingelaten zoet. In de polder Westzaan zijn afzettingen brak laagveen bewaard gebleven. Oorspronkelijk door de invloed van de Zuiderzee en later door het brakke Noordzeekanaal.Maar omdat er steeds minder werd geschut vanuit het Noordzeekanaal is het polderwater zoeter geworden.Het brakke laagveen met zijn zeldzame plant-en diersoorten verdwijnt. Veenafbraak leidt tot vertroebeling en baggervorming. Door verbrakking kan de bijzondere flora en fauna in het gebied worden behouden en gestimuleerd. Vooral de planten in het gebied zijn bijzonder. Het gaat om onder andere het Harige wilgenroosje en Echt lepelblad. Echt lepelblad staat op het punt te verdwijnen. Daarnaast is het gebied belangrijk voor de Noordse Woelmuis. Een dier dat uit de IJstijd stamt. Verbrakking zorgt er ook voor dat het veen minder snel inklinkt en dat de waterkwaliteit verbetert doordat het brakhouden baggervorming tegengaat. Dit heeft positieve gevolgen voor waterflora en vissoorten.

In het Guisveld wordt verbrakking tot stand gebracht door het aanvoeren van brak water uit het Noordzeekanaal naar behoefte met een chloridengehalte tussen 3000 en 4000 milligram p.ltr. Het tracé voor de aanvoer van brak water is nog onderwerp van studie. Door verdamping en verdunning door regenwater in de aanvoer naar het Guisveld blijft er tussen 2000 en 3000 milligram p.ltr. beschikbaar. Dat is voldoende om de gestelde doelen te bereiken. In het zuidelijk deel, de Reef en niet in het Westzijderveld, wordt een lichte vorm van verbrakking doorgevoerd vanwege het agrarische belang. Door de keuze alleen het Guisveld te verbrakken en voor de Reef een lichte vorm wordt de bedrijfsvoering van de agrariërs niet geschaad. Hoewel uit onderzoek is vastgesteld dat een chloridengehalte tot 1000 milligram p.ltr. niet nadelig is voor de melkopbrengst, wordt door sommige boeren verbrakking gevreesd. De provincie, als trekker van het project zal nog veel moeten uitleggen over het hoe en waarom van verbrakking. De Zaanse Natuur en Milieuorganisaties zijn verheugd, dat nu na bijna 20 jaar pleiten voor verbrakking, een belangrijke wens- en doel uit het landinrichtingsplan toch wordt uitgevoerd.