Nationale Tuinvogeltelling 21 en 22 januari 2012

Datum: 10-01-2012
Bron: Vogelbescherming Nederland en Commissie Tellingen en Inventarisaties

In het weekend van 21 en 22 januari kun je meedoen aan de Nationale Tuinvogeltelling. Iedereen met een tuin of een balkon kan meedoen. Het kost maar een half uurtje tijd en je kunt het doen vanuit je luie stoel achter het raam. Op de website www.tuinvogeltelling.nl vindt je diverse tips over het tellen en lokken van vogels naar je tuin. Hier geef je ook de resultaten van de telling door. Vorig jaar deden 30.000 mensen mee. De huismus werd het meest gezien, op nummer 2 stond de koolmees en de merel op 3.

Banner Tuinvogeltelling 2012

Zaanse tuinvogels

Nieuw dit jaar is dat vogelwerkgroepen de (deel)resultaten voor hun eigen werkgebied kunnen ontvangen. De Vogelbeschermingswacht "Zaanstreek" heeft zich ook bij Vogelbescherming aangemeld. Op basis van de postcodes van ons werkgebied, krijgen we de resultaten specifiek voor de Zaanstreek aangeleverd. We zijn erg benieuwd hoe de Zaanse tuinvogels zich verhouden tot het landelijke beeld. Zou de top 10 overeenkomen, of zijn er ook specifieke Zaanse tuinvogels?

Zodra de resultaten binnen zijn, zullen we op deze site er aandacht aan besteden. Tevens zullen de resultaten in ons verenigingsblad de Kieft gepubliceerd worden.

Tips om vogels naar je tuin te lokken

Zorg voor de 4 V's
Zorg in je tuin voor: Voedsel – Veiligheid – Voortplanting – Variatie. Denk bij variatie aan bomen en struiken die:

  • bladhoudend zijn (hulst, berberis, dwergmispel, doorns en stekels hebben (vuurdoorn, gemengde bottelroos, meidoorn)
  • besdragend zijn (liguster, krent), hun blad verliezen (els, lijsterbes).

Zie ook de beplantingslijst op de site van Vogelbescherming Nederland.

Afgevallen bladeren huisvesten veel insecten, een bron van voedsel voor vogels. Uitgebloeide planten bieden zaden en veel struiken bessen. Snoei bessenstruiken dan ook pas in het voorjaar. Snoei niet alles tegelijk, want schuilplaatsen blijven nodig.

Wat je kunt doen (of laten) bij het tuinieren om vogels te helpen?

  • Stel zoveel mogelijk onderhoud uit tot het eind van de winter.
  • Laat afgevallen blad liggen, of hark het in de borders. Er zitten veel insecten tussen.
  • Laat uitgebloeide planten staan tot het voorjaar. Zaadeters zijn er dol op.
  • Snoei struiken niet, of niet tegelijk. Struiken zijn belangrijk als schuilplaats.
  • Gebruik snoeihout en afgevallen takken voor een takkenrichel. Daarin zitten vogels beschut.
  • Snoei bessenstruiken pas tegen het voorjaar. De vitaminerijke bessen zijn waardevol voedsel.

Welke vogels eten wat in de winter?

Koolmees op pindasnoer

Koolmees op pindasnoer
©Kees de Jager

Merel, zanglijster, koperwiek, kramsvogel en spreeuw:
Brood, gewelde krenten en rozijnen, fruit, schillen en klokhuizen, alle soorten bessen, etensresten (rijst en aardappelen) zonder zout.
Mezen:
Vetbollen, ongebrande en ongezouten pinda's, kokosnoot, vogelzaad en zonnepitten.
Winterkoning, heggenmus en roodborst:
Meelwormen, broodkruimel, maden en larven, ongekookte havermout.
Mus, vink en groenling:
Bruin brood, onkruid-zaden, gemengd strooizaad, zonnepitten en etensresten zonder zout.
Specht, boomklever en boomkruiper:
Spek-zwoerd, ongebrande en ongezouten pinda's, vetbollen, zonnepitten.